Brieven

Aan:  Mej. Cato Hanse
Korte Prinsengracht 6 II
Stad
 
Amsterdam, 2 / 3. ’14

Aan mijn liefste, Cato op hare 25 sten verjaardag.
Geen dag zo gunstig, geen gelegenheid zoo schoon voor mij als deeze, om met enkele woorden de gevoelens te schetsen welke mij heden bezielen.

Enkele dagen terug trachtte ik mij eens in te denken hoe ’t wezen zou als ik je eens niet had leren kennen; als ik mij eens nimmer had kunnen koesteren in de warmte van je eerlijke, oprechte liefde; als ik eens geen profijt had kunnen trekken uit je verstandig denken op de oogenblikken en in tijden dat de omstandigheden droef en het leven onaangenaam was; als ik jou lief thuis eens niet had gekend; als ik je Moeder en zuster nooit had gezien, nooit had leeren waarderen en liefhebben….. ja dan had ik nooit geweten wat het doel van mijn leven was; voor wien ik werkte, voor wien ik genegenheid of liefde moest koesteren, voortkomende uit ’t hart.

Misschien had ik helaas nooit kennisgemaakt met een gelukkig gezin, waar liefde en vriendschap steeds hoogtij vieren. Je weet, lieve Cato, dat niemand beter als ik, dit laatste kan en moet waarderen Mijn thuis is zoo geheel anders. Maar alles wat ik thuis mis gaf jij en je huisgenooten mij duizendvoudig.

Gelukkig moet ik mij daarom noemen bij de gedachten jou in m’n bezit te hebben en tevens zeker te zijn, dat ik je in de toekomst zal kunnen vergelden alles wat je voor mij deed uit ongekunstelde liefde.

Ik feliciteer je dan lieve Cato uit ganscher hart en ik hoop dat de tijd spoedig daar zal zijn dat ik je als mijn Bruid naar ’t altaar kan voeren, om eenmaal in den Echt vereenigd, met Gods hulp gelukkig te zijn, want dat is hetgeen je in alle opzichten verdient en waartoe ik met al mijn krachten zal medewerken.

Dit is ’tgeen ik op je 25e verjaardag, lieve  meid, wilde schrijven, opdat je ’t in je hart zou bewaren en daardoor ook mij altijd zal beminnen, mij


je steeds innig liefhebbende

Tiel
 
________________________
 
Amsterdam, 1 Juli 1915

Aan mijn Lieve Bruid, bij gelegenheid van ons Huwelijk.

Eindelijk dan is de dag gekomen waarop wij voor Gods Altaar voor eeuwig in den Echt zullen worden verbonden en wij dus ons Heilig Ideaal zullen bereikt hebben.

Geen fantastische woordenschat wil ik in dit schrijven ten toon spreiden, integendeel wil ik in krachtige, korte trekken, u mijn Bruid, mijn innigste gevoelens van hart en ziel schetsen, doordrongen als ik ben van het groote geluk heden in ’t bezit te komen van een Levensgezellin, die door haar reine levensopvatting en haar hoogstaand karakter de taak, haar door het Huwelijk opgelegd, zeer zeker met vrucht zal volbrengen.

Nooit zal ik vergeten (vergeef mij deze kleine terugblik) Nooit zal ik vergeten de groote opofferingen die Gij U getroost hebt om ons geluk, waarvan we nu zoo met volle teugen genieten, zoo rein, zo zuiver mogelijk te maken. Steeds zal mijn leven eene aaneenschakeling zijn van vergeldingen voor de kostbare jaren van Jeugd, die Gij, ter wille van ons beider Welzijn opofferden.

Ga dan, mijn Bruid, gelukkig en tevreden ons Huwelijksbootje in en geniet Uw welverdiende loon. Vertrouw met heilige overtuiging op het eerewoord van hem, die zich tot taak gesteld heeft, het leven van zijn Bruid zoo gelukkig mogelijk te maken.

Wees gelukkig met degenen, die zijn leven vijl heeft voor haar, die het zijne zoo zonnig maakte.
Beschouw dit kleine sieraad, dat ik je hierbij als Huwelijksgeschenk aanbied, als de vertolking van onzen huwelijksband en alsdan het edelmetaal het symbool mag zijn van onze reine ongekunstelde Liefde, dan zal voorzeker met Gods hulp onze Echtvereeniging kostbare vruchten dragen, tot nut der Maatschappij, tot geluk van onszelf en dat van degenen die ons zoo innig dierbaar zijn.


Je Tiel

Ondersteund door WordPress | Thema: Baskerville 2 door Anders Noren.

Omhoog ↑